Dit verhaal is onderdeel van ons dossier Kerken en corona. Hierin laten we mensen aan het woord over hoe zij hun christelijk geloof beleven in de coronapandemie.

Steven Berendsen overdenkt de dingen in het leven graag. Wat levert het geloof, de gemeenschap van de kerk en de momenten met leeftijdsgenoten me nu precies op? Die vraag stelde hij zichzelf de afgelopen maanden. “Gaandeweg vroeg ik me af: wat is nu het verschil met een sportclub?” Hij laat een kleine stilte vallen voor het antwoord. “Dat zijn de meerdere generaties. Er zijn weinig clubs of verenigingen waar generaties met elkaar een klus klaren.” Hij noemt het een unique sellingpoint van de kerk.

Toch ziet Steven ook de valkuil. “Is het genoeg? Jongeren voelen zich bijvoorbeeld vaak niet gehoord.” Zelf kreeg hij het geloof met de paplepel ingegoten. Hij groeide op in een kerkelijk gezin. “We gingen iedere zondag naar de kerk, soms wel twee keer, lazen de Bijbel aan tafel en er werd gebeden en gedankt”, legt Steven terugblikkend uit, terwijl hij de koektrommel aanreikt. Voor hem was het heel vanzelfsprekend dat het geloof er dan is.

Tradities en gewoontes

De afgelopen decennia veranderde zijn persoonlijk geloof en door de coronapandemie is hij er meer over na gaan denken. Steven: “Ik ben in mijn geloofsbeleving veel meer van mijn hoofd naar mijn hart gegaan.” Rituelen als de doop, waarbij vaak ouders hun pasgeboren kind laten inzegenen door de kerk, en het gebouw van de kerk: het heeft voor Steven minder waarde gekregen.

Toch staat voor hem buiten kijf dat hij overtuigd christen is. “Mijn conclusie na maanden van bezinning, is dat ik hier blijf”, zegt hij stellig. “Maar ook dat ik het kerkgebouw en die rituelen minder nodig heb om in het geloof overeind te blijven.” Steven valt even stil en roert aandachtig door de schuimlaag van zijn kop koffie. “Doe het niet om het kunstje, doe het niet omdat het zo hoort, vanwege de traditie. Maar stel jezelf de vraag: wat kan ik hier zelf aan energie uithalen én toevoegen?”

Zelf geloven, zonder kerk

Hij stelde zichzelf ook die vraag en vond een manier om dicht bij God te blijven, ondanks dat de kerkgang stokte. “Ik begin iedere dag met een vijf-, zestal levensbeschouwelijke boeken. Als twee totaal verschillende boeken dan hetzelfde beschrijven, kan dat me raken. Daar haal ik energie uit.” Dat gevoel komt heus niet elke dag, benadrukt Steven. “Als ik dat een paar keer per week ervaar, sterkt dat mij als mens.” Hij snapt wel dat andere mensen dat juist ook in de kerkdienst kunnen vinden. “De mix van zang, gebed en het Woord van God. Dat kan je raken.”

Maar voor Steven wankelt het geloof niet als hij niet naar de kerk kan. Voor hem is het daarentegen wel essentieel om anderen te blijven ontmoeten. “Die koffietafel is heel erg belangrijk. Je hebt elkaar namelijk wel nodig. Ontmoeting is essentieel om jezelf scherp te houden.” Hij vindt dat iedereen in de samenleving moet blijven staan, om elkaar te ontmoeten en elkaar kritisch te bevragen. “Je moet geen kluizenaar of kloosterling worden in je eigen hoekje.”

Kerk of horeca?

Maar of de kerk een belangrijke ontmoetingsplaats blijft? Steven weet het niet. “Meer en meer organiseren kerken maaltijden en koffiemomenten: een middel om mensen terug te krijgen. Maar we hebben al restaurants en cafés: wat is dan nog het verschil tussen een kerk en de horeca?” Uiteindelijk moet je bij een kerk iets meenemen, waar de ander ook mee verder kan, zo vindt Steven.

“Zorg dat je de ontmoeting goed inkleedt, dat je iedereen leert kennen.” Dat is niet zo op een terras middenin de stad. “Daar ga je naartoe en kan je naast iemand zitten die je niet kent. In de kerk zou dat niet moeten kunnen. Daar stap je naar elkaar toe en zeg je: Hé, ik ken jou niet. Ik wil toch minstens jouw naam horen.” Hij vervolgt: “Om daarna, na verloop van tijd, misschien wel iemands verhaal te horen.”

Steven noemt het de ‘ontmoeting aan de koffietafel’. Hoe belangrijk die is, vertelt hij in deze mini-podcast:

Het witte kerkje

De toekomst zal uitwijzen of daarvoor ruimte blijft in de kerk. Een tijdje terug was Steven een dagje op pad met zijn vrouw. “We fietsten door de Ooijpolder, langs de ruïne van een kasteel. Het was helemaal overwoekerd.” Zulke plekken krijgen geen aandacht meer. Het wordt nostalgie. “Toen we verder reden, zagen we een wit, oud kerkje, ingericht als galerie.” Het riep bij hem vragen op. “Als ik hier over honderd jaar zou fietsen, dan is het kasteel weg. Maar hoe zit het met dat kerkje? Is dat dan ook een ruïne?”

Steven denkt van wel. “Straks hebben we geen kerkgebouwen meer nodig. Dan hebben we andere manieren om onszelf geestelijk te voeden.” Dat klinkt misschien somber of neerslachtig, maar dat is het voor Steven niet: “Ik word niet verdrietig van die gedachte, dat over tien jaar nog maar de helft van de stoelen bezet is en we op den duur de deuren moeten sluiten.” Hij kijkt hoopvol vooruit. “Ik heb er alle vertrouwen in dat daar iets voor in de plaats gaat komen.”

De coronacrisis zorgde bij iedereen voor een hoop veranderingen in het dagelijks leven. We maakten drie portretten met betrokkenen over hun ervaringen en de veranderingen die hun geloofsleven doormaakte in deze tijd. Klik hier en hier voor de andere verhalen.

Bart

Bart Gilhuis

Onderzoeksjournalist

Profiel-pagina
Suzan van Loenen

Suzan van Loenen

Onderzoeksjournalist en social media-redacteur

Suzan van Loenen is freelance journalist. Bij Bureau Spotlight zorgt zij voor de social media en werkt zij als onderzoeksjournalist aan …
Profiel-pagina